Meer over goud
Hoewel goud voor het eerst werd ontdekt in rivierbeddingen in Azië en Afrika, wordt goud vandaag de dag voornamelijk verkregen via ondergrondse mijnwinning. Een intensief en moeilijk proces. Op een diepte van 3000 meter moet gemiddeld drie ton erts gedolven en verwerkt worden om één ons goud te winnen.
Goud symboliseert traditiegetrouw de band tussen twee mensen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat goud sinds de 2e eeuw na Christus in trouwringen wordt verwerkt. In 1554 zorgde de Engelse Koningin Mary Tudor ervoor dat de gladde gouden trouwring in de mode kwam door deze te kiezen als haar trouwring. Hoewel de gouden verlovings- en trouwring qua uiterlijk in de loop der tijd de nodige veranderingen heeft ondergaan, symboliseert hij vandaag de dag nog steeds die blijvende liefde voor elkaar.
Puur goud is van nature een zacht metaal en daardoor moeilijk tot sieraad te verwerken. Ter verharding wordt goud dan ook gemengd met bijmetalen als zilver en koper; zo ontstaan de zogenaamde goudlegeringen. In Europa wordt de hoeveelheid puur goud die aanwezig is in een sieraad uitgedrukt in duizendsten. Zo heeft puur goud, beter bekend als 24 karaats goud, een waarde van 1000 duizendsten. 18 karaats goud dat voor 0,75 deel uit puur goud bestaat, heeft derhalve een waarde van 750 duizendsten. De rest is dan meestal zilver of koper.
Aan de verschillende bijmetalen ontleent goud haar kleurnuances. Roodgoud ontstaat door de toevoeging van koper en witgoud door aan de legering koper of palladium toe te voegen. Ieder gouden voorwerp dat in Nederland verhandeld wordt, moet voorzien zijn van een geldig keurteken. Op grond van de Waarborgwet kennen we in Nederland vier geaccepteerde goudlegeringen:
1. 14 karaat (585/1000)
2. 18 karaat (750/1000)
3. 20 karaat (833/1000)
4. 22 karaat (916/1000)
Legeringen beneden 14 karaat mogen in Nederland geen goud genoemd worden.



